Vering & demping
We
kunnen weer volop rijden. Jij bent er klaar voor, maar is je motor
dat ook?
Buiten de noodzakelijke voorjaarsbeurt (vanaf € 75,-) kun je ook
veel zelf aan je motor doen.
Ketting smeren, scharnierpunten in het vet, bandenspanning e.d.
zijn relatief makkelijke klusjes. Maar het afstellen van je
vering/demping vraagt al gauw wat meer kennis.
Bij de meeste motoren, zijn er twee afstel mogelijkheden:
Veervoorspanning en demping
Wij zullen proberen je wat handvatten te geven waarmee je de
vering/demping van je motor zo goed mogelijk kunt afstellen.
Veervoorspanning
Een groot misverstand over veervoorspanning is dat je het
“harder” of “zachter” kunt zetten. Wat je in feite doet is het
veranderen van de rijhoogte. Hoe zit dit?
De vering moet de last (motor + rijder) dragen dus de
veervoorspanning is in statische toestand altijd gelijk. Wanneer
je rijdt moet de vering de oneffenheden in de weg opvangen, niet
alleen de hobbels maar ook de gaten. Je motor moet dus kunnen in
en uitveren.
Bij de basisafstelling van de veervoorspanning mag de motor, met
rijder en eventueel duo & bagage, ongeveer 50% van de totale
veerweg inveren.
Voorbereidend werk
Noteer de beginstanden, kom je er niet uit dan kun je altijd
weer terug naar de basis.
Veervoorspanning (fig 2 A&B) helemaal uitdraaien, werkt
makkelijker bij het bepalen van de totale veerweg (fig 1 A).
Kontroleer of je motor buiten de vering om in orde is. Denk aan
banden(spanning), wiel & balhoofdlagers e.d.
Afstellen
Om te beginnen moet je de totale veerweg (fig 1 A) bepalen,
dat is het verschil tussen totaal ingeveerd en totaal uit geveerd.
Met een tyrap (montagebandje) om de binnenpoot van de voorvork kun
je straks makkelijker meten.
Veer de motor zover in dat deze niet verder kan, de tyrap geeft nu
het “diepste” (fig 1 nr3) punt aan. Vervolgens zorg je ervoor dat
het voorwiel vrij komt (bv op de middenbok) van de grond, dit is
het “hoogste” (fig 1 nr2) punt. Meet nu de afstand tussen de tyrap
en de stofhoes (fig 1D) in de buitenpoot en je hebt de totale
veerweg.
Voor de achtervering kun je tyrap niet gebruiken. Kies hiervoor
een vastpunt (bijvoorbeeld onderkant buddykap) op je motor en meet
op deze manier de totale veerweg achter op.
Stel nu doormiddel van de veervoorspanners (fig 2) de
veervoorspanning zo af dat je motor niet meer als ±50% van de
totale veerweg inveert met berijder (zonder rijder is dit ±35%).
Ga je met duo en bagage rijden dan zul je dus de voorveerspanning
weer moeten aanpassen naar die ±50%.
Opmerking: De veerkarakteristiek kun je aanpassen door middel van
het monteren van andere veren bijvoorbeeld WP.
Demping
De demping controleert de bewegingen van de veer. Zou je geen
demping hebben dan verandert je motor in een skippybal en stuitert
alle kanten op behalve de goede.
Bij de demping kun je ingaande en uitgaande demping afstellen (fig
3).
Ingaande
demping controleert het inveren en de uitgaande uiteraard het
uitveren.
Knijp de
voorrem in, druk de motor met je volle gewicht in de voorvering,
laat op het laagste punt los. In het ideale geval veert de motor
vlot terug. De demping moet je zo afstellen dat de motor
gelijkmatig terug veert en in een keer stil staat. Nadeinen hoort
niet! Net zo min als in een ruwe klap, of juist heel er traag,
omhoog komen.

Druk de achterkant van de motor stevig in de veren en laat op het
diepste punt los. De motor moet regelmatig (gedempt) en in een
vloeiende beweging omhoog komen. Te snel terugveren is niet goed.
Net als nadeinen of een heel trage veerreactie.
Springt de vering omhoog en deint deze na, dan moet je de
uitgaande demping verhogen.
Duikt de vering als een fietspomp naar beneden, dan zul je de
ingaande demping moeten verhogen en andersom.
Ga op de motorfiets zitten zoals je hem normaal gesproken berijdt.
En veer de motor in. Je zit goed als jouw motor nu voor en achter
even diep in de vering zakt en voor en achter gelijkmatig in en
uitveert.. Zo niet, dan is de afstelling tussen voor en achter
niet in balans wat een must is.
 |