Back

Dynostar testbank
Dynostar is de naam van de testbank die wij gebruiken in onze werkplaats en raceafdeling. De testbank van Dynostar is een Nederlands product en wordt gemaakt bij TTE Roosendaal.

Wij gebruiken de testbank voor het controleren en testen van het vermogen, koppel / trekkracht, topsnelheid. Tevens wordt de snelheidsmeter (mits deze niet op het voorwiel gemonteerd is) gecontroleerd.
Ook de voordelen van een sportluchtfilter of sportuitlaat ten opzichte van standaard worden mooi zichtbaar op de vermogenstestbank.
Zaken als: Mijn motor is van Duitse import levert de motor wel het opgegeven vermogen? Is het brandstofverbruik wel in verhouding? Allemaal zaken die door een vermogenbank uitstekend te controleren zijn.

Statisch en Dynamisch meten
Deze bank kan niet alleen statisch (geremd) maar ook dynamisch (acceleratie) meten. Bij een statische meting wordt een weerstand op het achterwiel en daardoor op de motor gezet.
Dit gebruiken we bijvoorbeeld om tegenwind na te bootsen. Of om een motor wat zwaarder te kunnen belasten.
Bij een statische meting geef je vol gas in een bepaalde versnelling, waardoor de rol in beweging komt. Als de motor een bepaald ingesteld toerental bereikt, geeft die rol door middel van de elektrische rem (retarder) weerstand en remt het achterwiel, dus de motor. Vanaf dat moment wordt gemeten hoeveel de motor nog trekt op die remmende rollen.
De remweerstand geeft aan hoeveel koppel (uitgedrukt in Newton-meters) het motorblok heeft. Van hieruit wordt door de computer, samen met het toerental, het vermogen (de PK’s) berekend.
Deze meetmethode lijkt op een trekker-trek wedstrijd. De schop die achter de trekker hangt, graaft zich steeds dieper in; de trekker moet steeds meer koppel leveren en de trekker met het meeste koppel komt het verst.
Bij een statische meting meet je dus in feite bij een motorfiets hetzelfde wat die tractor in de praktijk doet.

Bij een dynamische meting gebruik je die rem niet. Bij deze meting meet je het vermogen van de motor om massa te versnellen. Om de ongeremde rol van 630 kg (bij o.a. Dynojet en Dynostar) te versnellen heb je vermogen nodig. Hoe minder tijd er nodig is om de rol te versnellen, hoe meer vermogen de motorfiets afgeeft. De computer berekent hoeveel PK dit is.
Het grootste voordeel van de dynamische meting is dat het gebruik van je motorfiets op straat wordt nagebootst.
Je kunt dan karakteristieken meten die de motor ook op de weg levert zoals accelereren en doorschakelen.
We rijden echt als op straat: als de motor op de weg bij een bepaald toerental slecht loopt, doet hij dat ook op de bank.

Werkwijze bij carburatieprobleem
Problemen met de carburatie waren de meest voorkomende en ingewikkelde klussen van het motorische gedeelte van vooral race motoren, totdat er brandstofinspuiting kwam.

Bij de straatmotoren lag ook veel ruimte voor verbetering.
Als er een probleemgeval binnenkomt, wordt er eerst geanalyseerd wat het probleem is (b.v. inhouden van de motorfiets in het middengebied, geen topvermogen, abnormaal brandstofverbruik).

Daarna gaan we beginnen met de vermogensmetingen. Is het probleem gevonden, dan proberen we de motor goed te krijgen met de standaard gemonteerde onderdelen. Als dit niet lukt gebruiken we andere sproeiers, een naalden enz, of vervangen we een kapot of versleten onderdeel.
Op de markt zijn kitjes voor de meeste typen motorfietsen te koop. De veranderingen die gedaan worden zijn uitgedrukt in ‘stages’:

Stage 1: het veranderen van de naalden, sproeiers enz. met bestaand materiaal
Stage 2: als stage 1 met een aanpassing van de luchtfilterkast
Stage 3: als stage 1 maar de luchtfilterkast wordt verwijderd en vervangingsfilters worden gemonteerd

Bij brandstof inspuiting
Bij Brandstof inspuiting wordt de benzine met een injector (inspuitventiel) in het inlaatkanaal gespoten.
De brandstofpomp houdt de injectoren op een constante brandstofdruk.
Een computer kijkt in de brandstofmap (tabel) hoelang de injector open moet staan.
Deze tijd is afhankelijk van het toerental, de stand van het gas, en van de onderdruk in de luchtbak.
Deze gegevens staan vast in deze brandstofmap en kunnen bijna nooit veranderd worden. Wil je dit wel aanpassen dan ben je een andere computer nodig die de signalen nept. Deze andere computer is b.v. een Powercommander of een Rapid Bike Module, die kunnen de signalen onderscheppen en aangepast naar de computer sturen.
De ingespoten brandstof kunnen we zo bijregelen.
Brandstofmappen willen we om dezelfde redenen als bij carburateurs aanpassen.

De correctie ( b.v. SAE of DIN )
Het vermogen van een motor wordt beïnvloed door luchtdruk, temperatuur en luchtvochtigheid.
Als tijdens een vermogensmeting één van die waarden verschilt met de vorige meting kun je de verschillende metingen niet met elkaar vergelijken.
Daarom wordt op het gemeten vermogen een bepaalde correctie uitgevoerd. Alles moet terug gerekend worden naar een luchtdruk van 1000 mbar, temperatuur van 20 graden Celsius en een luchtvochtigheid van nul. De metingen worden dus gecorrigeerd met een correctiefactor, deze kan dan zijn DIN, SAE of EEC.
Dit betekent dat een dezelfde motor op het zelfde moment een ander DIN dan SAE vermogen geeft.
Dit betekent ook dat een DIN en een SAE vermogen niet met elkaar vergeleken kunnen worden.

Van achterwiel naar krukas
In de folder staat het vermogen (liefst zo hoog mogelijk) vermeld aan de krukas. De testbank meet het vermogen aan het achterwiel. Een manier om te vergelijken is 12 % bij het achterwielvermogen op te tellen.
Maar als je echt wilt vergelijken moet je met heel veel dingen rekening houden, dan meet je met dezelfde testbank, achterband, benzine, luchtdruk, temperatuur enz. enz.

www.tenkatemotoren.nl

 

 

Deze pagina maakt deel uit van de website van MC de Bladerunner